Overlast door houtstook

Wie tegenwoordig op een kille of regenachtige dag door de stad of het dorp loopt, ruikt steeds vaker de lucht van houtkachels. In eerste aanleg roept dat wat romantische gevoelens op, wellicht terugdenkend aan de wintersportvakantie in de Alpen, zittend bij de open haard. En de geur van glühwein en houtstook in de met sneeuw bedekte dorpen.

Nu houtstook ook in Nederland populair is, maakt de romantiek plaats voor overlast. De fase van recreatief stoken (zondagmiddag met een wijntje erbij), heeft plaatsgemaakt voor permanent stoken op hout. Het ‚van gas los‘ heeft de weg vrij gemaakt voor minder milieu-vriendelijke alternatieven.
De geur van verbrand hout van de buren in je slaapkamer. Last van je luchtwegen vanwege een astmatische aandoening. 
Het is bij mij niet anders. De boslucht heeft plaatsgemaakt voor de geur van verbrand hout. Sinds kort slapen we met de ramen dicht. Voor het eerste in 20 jaar dat we hier wonen. Tendens stijgend.

Bij de stichting Houtrookvrij regent het klachten. Houtstook is de laatste tijd steeds meer in opspraak, mede door de bouw van ‘bio-centrales’, waar grote hoeveelheden hout worden verstookt.
De belasting van het milieu en de uitstoot van ongezonde stoffen lijkt houtstook in de weg te zitten. 

De centrale overheid wil nu ook wetgeving om te voorkomen dat steden en dorpen weer de geur terugkrijgen van stooklucht, zoals dat voor de introductie van aardgas werd veroorzaakt door kolen.

Laten we houtstook als ‚duurzaam‘ alternatief voor het relatieve schone aardgas (hoeft niet uit Groningen te komen) vergeten en inzetten op echt duurzame vormen van verwarming. Ondertussen maar even doorgaan met aardgas. Kunnen de ramen ’s nachts gewoon weer open.

Paul de Bruijn.