Column: Vertederend

Wieldop
Wieldop

Ik vond het een vertederend gezicht. De wieldop die keurig netjes tegen zo’n trolleybuspaal stond geparkeerd. Vlakbij Albert Heijn. Op zich een alledaags tafereeltje, je verliest tegenwoordig een wieldop net zo makkelijk als een handschoen in de winter. Regelmatig zie ik er eentje zielloos en verlaten langs de kant van de weg. Maar dit exemplaar niet! Er was een keurige voorbijganger die zich barmhartig ontfermde over wat een Ford-eigenaar zo achteloos verloor. Lonkend stond ze woensdag langs de kant van de Van Lawick van Pabst. 

Wat mij raakte was dat de wieldop met liefde rechtop gezet was. Duidelijk zichtbaar. In de hoop opnieuw gevonden te worden. Een vriendelijke wijkgenoot had zich over haar ontfermd. De wieldop kijkt mij aan. Helaas, ik heb een Fiat Puntootje – past niet. Al schroom ik niet om mijn auto op te pimpen met een duurder merk wieldoppen. Mijn vorige auto, een Astraatje, werd zodoende een Opel Audi. De Opel een paar wieldoppen verloren had. Maar dit terzijde. 

Je zou denken dat de geschrokken Ford-eigenaar nog eens de weg terugrijdt om zijn verloren ‘schoen’ op te sporen. Zo’n kaal, zwart gatenwiel is immers geen gezicht en sexeloos. Niets van dat al: de volgende dag lag de wieldop plat op z’n gezicht. De dag erna, vrijdag, in de goot. 

“Het is maar een wieldop”, zou de eigenaar dat denken? Voor €12,99 zag ik vandaag bij de Lidl een setje van 4 wieldoppen in de aanbiedingenbak liggen. Een habbekrats waard. Toch blijft het gouden moment mij bij: dat er een wijkgenoot was die vuile handen wilde maken om een mogelijk andere wijkgenoot weer te herenigen met zijn goed. Die handeling ontroert mij. En biedt hoop voor de betekenis die we voor elkaar mogen hebben. Ook als je daarvoor vuile handen moet maken…

Eén gedachte over “Column: Vertederend”

  1. Ik schreef al in sept. 2015 over verweesde wieldoppen. Ik weet eigenlijk niet meer wie het publiceerde.

    Tragisch

    Als automobilist maak ik merkwaardige dingen mee. Op mijn ritten naar Rheden, Elst, Zevenaar, Apeldoorn of nog verder, kom ik ze regelmatig tegen. Zo maar langs de kant van de weg. Ze zijn altijd rond en smoezelig. De ene keer is het een naamloos exemplaar, een andere keer staat er een logo op. Of ze er lang liggen weet ik niet; dat staat er gewoon niet bij. Ik heb het over wieldoppen. Die ronde plastic of metalen deksels die elke auto op zijn vier wielen heeft. Om de een of andere reden laten die dingen los. Ten minste dat neem ik aan als ik zie hoe vaak ze langs ’s heren wegen slingeren.
    Want het grijpt om zich heen. Zag ik ze vroeger ook wel eens, nu ik er echt op let, zie ik ze niet alleen langs snelwegen, maar ook in woonwijken. Op grote, doorgaande wegen liggen ze op de vluchtstrook of in de berm. Dat begrijp ik. De middelpuntvliedende of centrifugale kracht werd te hevig en de dop zag geen andere uitweg dan loslaten. Na wat stuiteren gaat zo’n dop maar gewoon ergens liggen. Dikwijls is er ook nog een groter of kleiner stuk van af. Ik neem aan dat dat bij het uitrollen gebeurde. Het overige verkeer let er niet op, ziet het gewoon niet. Maar ik dus wel.
    Een bermplek langs de A12 snap ik. Er wordt daar hard gereden, een losse bout, een afgebroken klemmetje, natuurkundige krachten en hup, daar gaat ie. Maar ik zie het ook in Arnhem en Velp, gewoon in de bebouwde kom. Zo’n dop ligt dan meestal niet op de weg of in de goot, maar pontificaal op de stoep of in een bloemperk. Dat gaat mijn logica te boven. Auto’s rijden meestal niet op het trottoir en al helemaal niet in een tuinbed. Iemand moet zijn handen hebben vies gemaakt bij het oprapen. Leg hem daar maar neer, op de stoep, tussen de rozen of bij dat afgebrokkelde muurtje. Heel sneu allemaal. Alsof het vuilnis is. Dit mag niet. Daarom zou een actiegroep hier veel goeds kunnen doen. Een organisatie die zich bekommert om het lot van verweesde wieldoppen. Wie neemt het voortouw?
    Kees Crone
    13 sept 2015

Reacties zijn gesloten.