Column: Prettiger bonnetje

Door Jan-Martin Berghuis Ik ga graag naar de bakker in de buurt. Volgens mij weten ze wat ik wil, toch is er telkens weer het vertrouwde gesprek. Dat gaat ongeveer als volgt. Nee, het gaat exact altijd zo: “Waarmee kan ik u helpen?” “Eén vezelbruin met zonnebloempitten” “Anders nog iets?” “Nee, dank u” “Dat is dan €2,35”. “Wilt u het bonnetje mee?” “Nee hoor. Bedankt en tot ziens!” WP_20150407_09_56_09_Pro[1]Ik hou van mijn bakker. Graag zou ik willen dat de confrontatie met andere bonnenaanbieders in de wijk ook zo was. Niet zo lang geleden werden we geconfronteerd met het strengere regime van de gemeente Arnhem. Immers, het wildparkeren in de wijk, op stoepen en hoeken, kon echt niet meer. Thuiskomend uit mijn werk rij ik 2 blokjes rond op zoek naar een plekje om de auto een nachtje te laten uitrusten. Niks. Alles vol. Mijn blaas loopt ook vol en ook mijn auto zit vol zware tilspullen – daar ga ik niet honderden meters mee lopen. Ik parkeer ‘m ff op de stoep. Ik kijk nog om me heen. Niks te zien, behalve groen en zon. De overkant van de straat staat dichtgeparkeerd, ik pak even de ruimte. Ja, illegaal, ik weet het. Het is maar voor even. Even de blaas én de auto legen, in die volgorde. Verlost van de eerste lasten stap ik de voordeur weer uit. Ik zie op 100 meter afstand een mannetje bij mijn auto staan. Vlug stapt hij weer de auto in; hij rijdt weg in een doodgewone standaardauto. “Zou dat zo’n autokoper zijn, die met een plastic kaartje zijn belangstelling voor mijn auto laat blijken?”, vraag ik mezelf af. Even verwachtingsvol als nietsvermoedend loop ik naar de auto om de 2e lading te halen. De wind blaast een soort kassabonnetje omhoog van de autoruit. Ik loop leeg: €97 boete voor foutparkeren…. Wat nu? Woede, onmacht en een sterke behoefte aan een vriendelijke conversatie zoals de dames in de bakkerij telkens betuigen vechten om voorrang. Wat je ook zegt, er veranderd niets. Maar ik zoek iets vertrouwds, niet een overval als bij deze bon. “Waarmee kan ik u helpen? Anders nog iets? Wilt u het bonnetje mee?”. “Nee hoor, bedankt en tot ziens”. Alleen al zo’n gesprekje zou de bittere pil vergulden. De parkeerwachters in onze wijk mogen iets meer zijn als die heerlijke Autodrop: een stevige beet, smaakvol in de confrontatie en een klein beetje gesuikerd. Ik wil toch een beetje van mijn parkeerwachter kunnen houden.