Column: Italië is dichtbij

WP_20160508_16_18_27_Pro1“Mama?”, het jongetje keek vragend omhoog. “Wat is er, schat?”. “Is Italië ver weg?”. Hij kijkt zijn ogen uit, een guitig petje op. Samen met mama aan het picknicken langs de Amsterdamseweg op zondagmiddag. Al ver voordat er ook maar iets gebeurde hadden zij zich genesteld in het hoge gras. De Giro zou voorbijkomen! Wat zag hij?

“Mama, welke kleur is dat?”. Zo vaak zal hij geen overmaat aan roze hebben gezien. In kleding en petjes, vlaggetjes, tuinmeubilair, verklede lantaarnpalen, roze gekleurde fietsen, ballonnen. Alsof het onze nationale kleur was. Vanaf het begin van zondagmiddag 8 mei liepen de zomen van de Burgemeesterswijk vol met vrolijke mensen. Hier en daar werd de knalroze gloed doorbroken door Grolschgroene flesjes. Het was vooral gezellig.

Opeens gefluit. Een man op het vluchtheuveltje in het midden van de weg gaat met een geel vlaggetje zwaaien. Eerder waren er al veel auto’s door de straat geraced. Ja, geraced. “Mag papa ook zo snel autorijden?”. “Nee schat, dat mag alleen vandaag”, antwoordt mama. Minuten later kondigen zich de koplopers aan. Applaus, gejuich, enthousiasme. Talloze smartphones en fototoestellen in de aanslag. Iedereen is plots wat gespannen. Verwachtingsvol kijkt het jongetje wat er gaat gebeuren. Flits flits – in een paar seconden ziet hij een bonte verzameling fietsers voorbij komen. Met zo’n 70 km per uur storten ze zich naar beneden, richting station. De kleine jongen weet niet waar hij moet kijken. Zijn ogen staan op spaakhoogte. Niet veel later stormen – naar het lijkt – nog meer auto’s dan fietsen achter het peloton aan. Allemaal zwaar gesponsord. “Wat veel fietsen!”, zegt hij opeens. Inderdaad: er stonden meer fietsen bovenop de volgauto’s dan er rondreden.

De ontspanning keert terug. Er klinkt gelach, de glazen worden nog eens gevuld, de foto’s en ervaringen van dat ene momentje dat de wielrenners voorbij flitsten gedeeld. “Mama, gaan we nu naar huis?” Lief kijkt mama hem aan. “Ze komen nog een keer. En … nog een keer. Drie keer!”. “Wanneer gaan we naar huis?’, vraagt hij nog een keer.

Wat zou er door dit jongetje in het gras aan de Amsterdamseweg heen zijn gegaan? Later, als hij groot is, zal moeder zeggen: “Je bent er bij geweest, hééél dichtbij”. Wat een feestdag! Moederdag, kampioensdag van PSV, laatste dag van de meivakantie, de Giro.

“Mama, Italië is heel dichtbij hé?”. Ja, nog even. Het roze zal langzaamaan weer uit ons straatbeeld verdwijnen. Het feest zal ons nog lang heugen.