Column: Handig voor een kort geheugen

Geheugen(1)Hoe dat ooit precies rondom Napoleon gegaan is, ik weet het niet. Maar achternamen deden hun intrede. Blijkbaar voldeden voornamen niet meer noch de verwijzingen naar je vader. In het Nederlands werd met een toegevoegde –s en/of –z (Janszoon) of vernoeming duidelijk gemaakt uit welk nest je kwam. Dat noemt men een patroniem: een achternaam ontleend aan de voornaam van je vader. Die veranderde dus bij elke generatie.

Grappig, in het Hebreeuws was enkel het voorwoordje “ben” genoeg – het betekent: zoon van. Het probleem was altijd dat dit zo bij elke generatie veranderde. Waar er in je naam een verwijzing zat naar een boerderij of veldnaam, gooide verhuizing roet in het eten van de herkenbaarheid. Hoe het ook zij, iedereen moest rond 1812 een vaste achternaam aannemen en deze laten registreren. Vele verzonnen namen zeiden iets over het beroep dat beoefend werd: Bakker, Mulder, Kuiper, Brouwer, Colenbrander, Jager, Kok, de Boer, Kramer, Visser etc. Of toch een herkenbare locatienaam: Bos, van Dijk, van den Heuvel, Holshuysen (= huis bij het bos), van der Velde en ga zo maar door. ‘The roots’ van iemand zijn voor ons nog steeds herkenbaar in Van Veenendaal, Van Egdom, Van Houten, Van Nistelrooy (eigenlijk Nistelrode), Brusselmans.
Op een Bakenbergse buurtborrel ontdekte ik laatst een andere vorm van vernoeming. Ontspannen keuvelend bij allerlei lekkers tijdens een een winterbbq (ja, met mooi weer!) werden niet alleen gezelligheden en nieuwtjes uitgewisseld, elke keer is er ook weer een stuk kennismaking nodig. Er werd niet gevraagd naar je achternaam. Logisch, na 3 nieuwe handen schudden ben ik de eerste namen alweer vergeten. Ik heb een zeer kort geheugen. Da’s vervelend. Ik moet eerst iets meegemaakt hebben samen met iemand voordat een naam blijft hangen. Hoe onthoud je dan zo’n hoos met nieuwe namen die op je afkomt? Dat ging bijna spelenderwijs. Telkens weer klonk dezelfde vraag: van welk nummer ben jij? “Van 2b, van 38, van 52, …”. En vele andere nummers klonken. Je zag de radertjes draaien in de hersenpannen om exact te lokaliseren welk huis dat dan was. “Oh, die! Daar loop ik vaak langs. Heb jij een hond?”. Nee, die is van de buurman daarnaast. “Oh, daar woonde vroeger…”. En zo komen de verhalen op gang. En zo lukt het mij om met mijn korte geheugen mijn buurtgenoten vrolijk te groeten: “Goedemorgen, Van 38!”.

Jan-Martin Berghuis