95 jaar geleden ontsnapte Burgemeesterswijk aan (vuurwerk)ramp

Anton-hommerson-als-parkwachter
Anton-hommerson-als-parkwachter

Op 9 januari 1923, deze week dus 95 jaar geleden, ontsnapte onze wijk aan een ramp. Wat was het geval? In het Artilleriepark, waar destijds de Gele Rijders hun rijdende artillerie hadden staan en hun buskruit en munitie hadden opgeslagen, was opperwachtmeester Everaars op die dag buskruit aan het verbranden in het vuur van de op het terrein gevestigde smidse. Het zou gegaan zijn om afgekeurd en overtollig geworden buskruit. Als dit met kleine hoeveelheden tegelijk gebeurt schijnt dat geen kwaad te kunnen. Het kruit verbrandt dan rustig en zonder opspatten. Waarschijnlijk heeft Everaars te veel buskruit in het smidsvuur geworpen waardoor opspattende vonken terecht kwamen in openstaande kisten met buskruit. Die ontploften daarop. 

Het nieuws verspreidde zich destijds niet zo snel als nu. Pas een paar dagen later schreven de kranten erover. Het Volksblad van 13 januari deed als volgt verslag: “Zij die op het terrein of in de nabijheid werkzaam waren, zagen een hellen gloed uit het smidsgebouw oplaaien; het dak werd kort en klein geslagen, pannen en hout werden weggeslingerd. De parkwachter W. kwam gillend naar buiten, terwijl zijn kleeren in lichte laaie stonden. Opperwachtmeester Bongaers, die buiten door de weggeslingerde stukken hout bloedend aan het hoofd werd gewond, snelde toe en wist met emmers water de brandende kleeren van W. te bluschen. Daarna had hij nog de tegenwoordigheid van geest om de nog in het brandende gebouw aanwezige munitie te verwijderen, waardoor een nog ernstiger onheil (een enorme ontploffing van munitie HD) voorkomen werd. Toen men met behulp van emmers water den brand had gebluscht, vond men in de smidse de overblijfselen van den opperwachtmeester E. Diens lichaam was geheel in stukken gescheurd, zodat men slechts de onherkenbare vleeschklompen kon verzamelen. Spoedig kwam daarop de Roode Kruisauto met personeel, die W. de eerste hulp kon verlenen, evenals den ernstig gewonden wachtmeester B.” 

Van de gewonden bleek de parkwachter er het ergste aan toe. “Zijn benen en onderlichaam zijn geheel verschroeid; hij wordt in het Diaconessenhuis verpleegd”, aldus de Schager Courant op 10 januari 1923. Het Diaconessenhuis lag destijds aan de Bovenbrugstraat op de plaats waar nu het Cito gevestigd is. De wachtmeester overleed nog diezelfde avond aan zijn brandwonden. Hij werd slechts 24 jaar oud en liet een vrouw en een zoontje van twee achter. 

Begrafenis-slachtoffers-vertrek-bij-diaconsessenhuis
Begrafenis-slachtoffers-vertrek-bij-diaconsessenhuis

Enkele dagen later zijn de twee slachtoffers onder grote publieke belangstelling, met veel ceremonieel en in aanwezigheid van hoge militairen begraven. De rouwstoet vertrok vanuit het Diaconessenhuis.
De omgekomen wachtmeester was Antoon Hommerson. Zijn (enige) zoontje heette ook Antoon en die kreeg ook weer één zoon die eveneens Antoon heette. De laatste Antoon, inmiddels overleden, trouwde met Gill Hommerson-Jefferson, Engelse van geboorte. Zij woont momenteel in Aerenheem, in het Artilleriepark waar 95 jaar geleden de opa van haar man en de overgrootvader van haar kleinkinderen bij een ontploffing om het leven kwam. Ze kende het verhaal niet toen ze in het Artilleriepark kwam wonen. Als haar kleinkinderen op bezoek komen, heeft ze een bijzonder, maar ook luguber verhaal te vertellen over de plek waar ze nu woont.

Wijkcontact 2015 nr.3